#25 It takes a forest
Over blijven en je wortels in de grond laten zakken
Vandaag exact 61 dagen. Zo lang wonen we al in ons renovatiehuis in het bos. Als ik het zo neerschrijf, klinkt het als een hele tijd maar het voelt nog zo pril. Als een ontluikende nieuwe liefde.
Tegelijkertijd is er in de voorbije weken zo ongelofelijk veel gebeurd. We zijn een beetje halsoverkop ingetrokken. Alles kwam samen: onze klusjesman viel uit met een blessure, de deadlines begonnen ons in te halen en ons huurcontract was opgezegd. Er was geen ontkomen meer aan: we moesten verhuizen. We trommelden de liefste vrienden en familie op en begonnen aan wat de meest chaotische verhuisdag uit ons leven zou worden. Ons huis was er alles behalve klaar voor. De benedenverdieping was gehuld in een dikke jas stof en de bovenverdieping moest nog helemaal worden gepleisterd. Terwijl alle dozen en meubels het huis in werden gedragen, gingen mijn zus en ik tekeer met stofzuigers en dweilen. ’s Avonds lagen Pieter en ik bekaf in ons bed. Een bed waarvan de poten in de verhuiswagen waren gesneuveld, kamperend tussen de kartonnen dozen, zonder licht en zonder gordijnen.
Intussen slapen we boven en hebben we een echte slaapkamer! Er hangen peertjes (een ander woord voor lampen, zeg jij dat ook zo?) op strategische plekken in het huis! En sinds gisteren hebben we ook echte deuren in plaats van exemplaren van stof! Eentje voor de badkamer en eentje voor de slaapkamer. Het zijn de originele houten deuren van het huis en ik vind ze prachtig. Met een laagje verf en een nieuwe klink worden het echte pareltjes, dat weet ik zeker. We focussen op die ‘kleine’ overwinningen. Tussen haakjes, want ze voelen helemaal niet zo klein. Het is net als een fris drankje of een pannenkoek op het terras van een berghut na een lange hike: daar smaakt het duizend keer beter. Dat is hier net zo. De gordijnen zijn er wel nog steeds niet. Maar daar hebben we een oplossing voor gevonden: elke avond plakken we een stuk karton tegen het raam. We schieten altijd in de lach als we zo aan het klungelen zijn. Pieter zegt dan dat dit ‘the good old days’ zijn waar we later met een gelukzalig hart op zullen terugkijken en onze kleinkinderen over zullen vertellen. Weet je nog toen… Ik vind het allemaal heel charmant, dankzij ons kartonnen gordijn staan we ’s avonds stil bij het raam en zien we de reetjes door het bos wandelen.
Ons Woudhuis is dus nog niet af maar er is wel iets fundamenteel veranderd. Want in het midden van al die openstaande taken heb ik rust gevonden. Nu pas begrijp ik waarom dat voorheen niet goed lukte. Het antwoord zit in de grond: wortels.
Zie je, lieve lezer, het zit zo.
Ik was 7 toen ik voor de eerste keer verhuisde. Mijn ouders hadden een goed draaiende brouwerij met café maar besloten het te verkopen toen ik naar het eerste leerjaar ging. Omdat ze zo meer aandacht en tijd voor mij zouden hebben. Al vermoed ik dat de vele dronken avonden met iets te enthousiaste cafégangers ook wel iets in de pap te brokken hadden. Als je je ooit afvraagt vanwaar ik zoveel oude schlagers ken: ooit waren het mijn slaapliedjes. Dus verhuisden we naar een rijhuis in hetzelfde dorp (1). Daarna gingen we voor een upgrade naar een vrijstaande woning in het groen. Een plek die na al die bakstenen en luide dansavonden voelde als het paradijs (2). Toen ik 16 was, besloten mijn ouders hun liefde op te zeggen en verhuisde mama naar haar eigen plek (3). Niet veel later vond ook papa een andere woning (4). Mama besloot op haar beurt nog eens twee keer andere oorden op te zoeken (5, 6). En dan pas was het aan mij om mijn eigen vleugels uit te slaan. Ik verbleef op twee verschillende koten in Leuven (7, 8) en verhuisde daarna naar een appartementje in de randstad (9). Intussen verhuisde mijn papa nog een keer, maar gezien mijn spullen hiervoor niet opnieuw in dozen moesten, tel ik dat verhuisfeestje niet mee. Een beetje later ontmoette ik Pieter en samen met vrienden huurden we een huisje in Leuven (10). Word je ook al moe van al die verplaatsingen? Ongelofelijk beu was ik het. Maar toch. Toen ik 28 was, besloot ik dat ik het helemaal gehad had met de stad. Ik zocht een houten huisje in de natuur en stak opnieuw mijn hele hebben en houden in dozen (11). En daar, op die plek, voelden mijn wortels dat ze zich voor het eerst mochten ontwarren. Daarvoor waren ze angstig opgekruld, als tenen in veel te kleine schoenen. Nu pas, nu we hier in ons Woudhuis zitten, kunnen ze zich volledig laten gaan (12). Ze kunnen wroeten, hun weg zoeken en onderlinge connecties maken die ik niet kan zien maar oh - ze laten zich goed voelen. Ik ben thuis.
In dat opzicht verschillen jij en ik niet zoveel van bomen. We hebben vaste grond nodig, een plek om ons in te laten zakken. Vertrouwde bomen in onze omgeving om mee te communiceren. Het ritme van de seizoenen in onze takken. Dieren en andere organismen die onder ons bladerdak komen schuilen. Land dat we kennen en kunnen lezen. Een plek die ons vertelt: hier kan je blijven.
We spreken over ‘it takes a village’. What if it takes a forest?
Ik vind dit een goed moment om mijn lievelingsgedicht met jou te delen. Terwijl ik deze brief schrijf, krijgt het gedicht plots een andere dimensie. Het is geschreven door Rutger Kopland in 1975 en kreeg de titel ‘Ga nu maar liggen liefste’.
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
Liefs uit het bos,
Dorien
PS: Het wordt warm de komende dagen. Hier vind je enkele tips om de natuur een handje te helpen.




It takes a forest ... Mooi verwoord ❤️ Ik las je bosbrief terwijl ik op een bankje in datzelfde bos zat. En ik wens je hele diepe, sterke wortels toe. Er is volgens mij niets dat een mens meer in balans houdt - net zoals bij een boom. Ik heb zelf ook een lange lijst van verhuizingen achter de rug, en dat niet binnen/rond dezelfde stad, maar tussen steden honderden van kilometers van elkaar. Ik zou heel graag voelen wat jij voelt, maar ik wacht nog even voordat ik mijn wortels durf spreiden. Maar ondertussen geniet ik wel heel erg van het bos 🌲